KennisZakelijk
BTW erbij of eraf: excl. en incl. zonder verwarring
Wanneer je 21% of 9% gebruikt, en hoe je van exclusief naar inclusief (en terug) rekent.
7 september 2026 · ± 3 min lezen
In offertes en facturen zie je bedragen exclusief of inclusief BTW. De rekenfout zit meestal niet in ‘21%’, maar in de richting: erbij of eraf.
Formules
- Excl. → incl.: bedrag × (1 + tarief). Bij 21%: × 1,21.
- Incl. → excl.: bedrag ÷ (1 + tarief). Bij 21%: ÷ 1,21.
- BTW-bedrag = incl. − excl. (niet ‘gewoon 21% van incl.’ aftrekken als je van incl. naar excl. wilt).
€100 excl. met 21% BTW → €121 incl. (€21 BTW). €121 incl. terugrekenen → €100 excl. Als je 21% van €121 aftrekt (€25,41) krijg je €95,59 — dat is fout.
Welk tarief in Nederland?
Algemeen tarief 21%. Verlaagd tarief 9% (o.a. bepaalde voeding en boeken). Sommige diensten 0% of vrijgesteld. Twijfel? Check de Belastingdienst of je boekhouder — deze uitleg is geen fiscaal advies.
Doe het met een tool
Direct toepassen — geen account nodig.
Gerelateerde kennis
- Procentueel verschil vs procentpunten
Van 10% naar 15% is +5 procentpunten — maar +50% relatief. Welke maat gebruik je wanneer?
- Marge vs opslag: waarom 30% niet hetzelfde is
Het verschil tussen winstmarge en opslag (markup) — en waarom verwarring dure prijsfouten geeft.
- Break-even: vanaf welk volume speel je quitte?
Vaste kosten, dekkingsbijdrage en het omslagpunt — zonder spreadsheet-angst.